En toen kon ze fietsen…

Zo’n titel typen kost bijzonder weinig moeite. Het klinkt zelfs wat evident. Als een logische volgende mijlpaal die kleine meid bereikte. In realiteit kostte het hier allemaal nét iets meer moeite, was het een heel stuk minder evident en helemaal niet zo logisch… Bloed, zweet, tranen, een halve zenuwinzinking, hysterische buien, complete theaterstukken in het midden van de straat,… Been there, done that! En ik laat nog even in het midden wie welk aspect op zich nam.

Kijk… ik besef het wel. Grote meid is behoorlijk verwend als het op ‘volgende stappen’ van kleine meid aankomt.
– Lunaatje sliep zo’n 12u per nacht door ongeveer van zodra we uit de materniteit kwamen. I know! Ik durfde het lange tijd niet luidop toegeven omdat de meeste sleep-deprived mama’s dit niet echt breed glimlachend aanhoren…
– Geen reflex-kindje, geen huilbaby en slechts enkele dagen de gebruikelijke krampjes
– Op een goeie 3 maand at ze groentepap, kort daarna ook fruitpap. Tot op vandaag blijft het een ‘goeie eter’. Een trage eter, dat wel. Maar ze eet zo goed als alles wat haar voorgeschoteld wordt. En ze blijft tot grote vreugde van grote meid hevig fan van fruit, komkommer, tomaten en wortels. Ik kan er nog wat van leren!
– Praten ging bijzonder vlot en is sindsdien niet meer gestopt (niet helemaal duidelijk of dit bij de positieve punten hoort, maar soit)
– Alle andere ‘testjes’ van het cognitieve soort (en dat begon al in de crèche met een peuter-volg-systeem) daar moesten we ons niet de minste zorgen over maken.

Maar. Er was dus een maar. Van zodra het op grof motorisch vlak min of meer een uitdaging wordt, dan gaat het plots niet meer vanzelf. En dan is er ook écht wel wat meer nodig dan een kleine aanmoediging. Het leren stappen, dat viel al bij al nog mee. Op 14,5 maand waggelde Lunaatje rond. De uitdaging begon vooral vanaf het moment dat we er een driewieler bijhaalden. Een driewieler mét begeleidingsstok, dus zoveel moeite moest kleine miss niet doen. Maar toch… Evident was het niet.

Het hielp ook niet dat we hier te weinig ruimte hebben achter het huis om deftig rond te crossen. Het terras is wel groot genoeg, maar er staan wat hindernissen (speelhuisje, terras-tafel en stoelen, ligzetels). En voor de tuin geldt hetzelfde: die is wel ruim genoeg in oppervlakte, maar daar staan planten en een tuinhuis, een trampoline en een glijbaan-toren. Niet echt handig om met je driewieler tussen te manuovreren.

Ergens in juni in de peuterklas mochten alle kindjes hun fiets, driewieler, loopfiets of step meebrengen. Luna twijfelde geen seconde. Het werd de loopfiets. Helaas zo’n traditioneel model met vier wieltjes en niet die van het nieuwe soort waarbij het evenwicht goed geoefend wordt. If only we knew… Soit. We hadden hier nog even hoop dat groepsdruk de bovenhand zou nemen en dat het zien van klasgenootjes op een driewieler haar over de streep zou trekken. Helaas pindakaas… Luna is geen competitief beestje. Leuk voor die andere kindjes, maar zij doet haar ding.

Met die driewieler is het goed gekomen. En er werd vrij snel overgestapt op een fiets met zijwieltjes. Dat lukte naar behoren. Tot er ergens in één van haar favoriete tekenfilmpjes sprake was van fietsen zonder steunwieltjes. U begrijpt het al. De wieltjes moesten er af. Ok, dat deden we dus. Wieltjes er af. Het lukte niet. Luna verloor haar interesse. Maar ze weigerde toe te laten dat de zijwieltjes terug werden bevestigd. En de fiets vloog aan de kant. In alle eerlijkheid: het werd hier ook vaak genoeg gewoonweg vergeten…

Toen ze in de tweede kleuterklas zat (en 4 jaar was) schreven we ons in voor de ‘Kijk, ik fiets’ lessen van de gemeente. Dat verliep… euhm… ja kijk… we deden mee. Overgrote deel van de kindjes kon fietsen tegen het eind van de voormiddag. Luna spijtig genoeg niet. Het was niet ons gloriemoment, die ‘kijk, ik fiets’. Ergens halverwege de les dacht grote meid dat kleine meid het beet had, maar helaas. Plompverloren stopte ze. Waarop grote meid (behoorlijk vermoeid na een ganse voormiddag achter een fietsje aan te hollen) zei: ‘Maar Luna, je was supergoed bezig, het is toch een beetje dom dat je nu zo plots stopt!’. En Luna keihard voor de hele sportzaal en alle aanwezige ouders en sportmonitoren krijste: ‘Ik ben niet dom!!!!!’ Zucht… Ik siste nog: ‘Ik zeg niet dat je dom bént! Natuurlijk ben jij helemaal niet dom. Maar ik vond het een beetje dom dat je zo plots stopte!’. U wil niet weten hoeveel verontwaardigde blikken van geschokte ouders mijn deel waren… Bij deze: lieve ouders, u kende niet het hele verhaal. Ik noemde mijn kind écht niet dom.

Maar goed. Na de ‘Kijk ik fiets’ voormiddag werd zo’n hulpmiddel-stok aangeschaft in Decathlon. Ik had nochtans gezworen dat nooit te doen! Ik kon die twintig euro best we voor iets anders gebruiken. Maar op haar Decathlon fietsje kon geen bezemsteel bevestigd worden, dus wat doe je dan…
Er werd verder geoefend met de hulp-stok. Een groot gemak voor grote meid, dat wel. Het lijkt wel alsof je een wandelwagen duwt… Maar Luna’s fiets-talent ontwikkelde zich niet echt.
Het werd zomervakantie en het ideale moment om verder te oefenen. Maar we gingen op reis en we deden uitstapjes en er was slecht weer en vooral nog 101 excuses om niet te fietsen. Want laat ons eerlijk zijn: ook al begonnen we iedere fiets-sessie vol goeie moed, het eindigde àltijd met een huilende Luna en een boze mama. Alle goeie bedoelingen ten spijt. Wat het hele fiets-gebeuren niet meteen aantrekkelijk maakte om je dag even mee op te fleuren.

De grote vakantie ging voorbij en Luna startte haar derde kleuterklas. Er was opnieuw een ‘breng-je-fiets-mee-naar-school’ moment en Luna koos zonder de minste twijfel voor haar step. Tja… Herfstvakantie, kerstvakantie, krokusverlof,… alles ging voorbij en wij dachten slechts sporadisch aan dat fietsen. Deels omdat er nu opeens ook zwemlessen waren. En die gingen/gaan ook gepaard met heel theatrale drama-scènes. Alhoewel ze nu wel kan zwemmen. Heel mooi en zorgvuldig. Technisch gezien erg goed. Ze durft van de springplank en de startblok. Maar alleen als het moet. Haar brevetje heeft ze helaas nog niet want ze weigert een volledige lengte te zwemmen. Heleboel drama. Iedere zwemles opnieuw. Al sinds september.

Soit, we hadden het niet over zwemles. Dat fietsen dus. Het fietsje werd al maanden eerder bij oma en opa gedeponeerd. Die wonen in een woonwijk. Waar het ideaal is om rustig te leren fietsen. Helaas weet Luna haar lieve opa perfect rond haar kleine vingertje te draaien. Na een huilbui van enkele minuten van ‘opa mijn beentjes zijn zo moe’, ‘opa mag ik alsjeblieft stoppen’, ‘opa ik ben echt zoooooo moe’, ‘opa alsjeblieeeeeeef’,… En dan breekt opa. En mag ze stoppen.

Tja. Dan moet grote meid ‘bad cop’ spelen. No problem. Niettegenstaande ik één vat emoties ben sinds de geboorte van kleine meid, lukt het op sommige momenten toch al vrij goed om voet bij stuk te houden. Zoals vandaag bij die verdraaide fietslessen.

Ze moest en ze zou kunnen fietsen. Ik weet niet of het zo in haar hoofd zat, maar het zat zo in het hoofd van grote meid. Met de moed der wanhoop. En een grotere fiets (want die vorige was écht te klein geworden). De voormiddag verliep ronduit dramatisch. Een huilend, krijsend, tierend Lunaatje op de fiets. Het gezichtje vol snot en tranen. Maar we bleven doorzetten… Nadat we even binnen pauzeerden viel het arme kind plompverloren met jas en al in slaap in de zetel.

Opa beloofde haar een ijs-kar-ijsje. Dat hielp wel. Beloningen met eten. Tja. Ze blijft mijn dochter uiteraard. Er werd verder geoefend. En iedere keer ging beter. De tranen bleven achterwege. Ze viel wel 100 keer, maar stond 101 keer terug recht. Luna niet aan het huilen. Mama verbazend rustig. En geleidelijk aan ging het beter. En uiteindelijk fietste ze. Alleen. Helemaal alleen. Eerst nog aarzelend, maar steeds beter. Ze fietste al even alleen voor ze het zélf écht wilde geloven. Nadat ze wel voor de 10de keer zonder mijn hulp het straatje ten einde fietste, durfde ze het opeens zelf luidop zeggen: ‘Mama, ik kan zélf alleen fietsen’.

Zo trots. Ik kon wel huilen.

Ze fietste de hele wijk door. En de volgende. En die daarnaast. En de hele weg terug. Starten en stoppen lukt nog niet echt. En draaien ook niet. Maar lieve mensen, ze fietst!!!!!

En minstens even belangrijk: ze gaat akkoord om iedere dag eens te oefenen. Want blijven oefenen wordt hier wel essentieel…

Om maar te zeggen: zo’n zinnetje ‘en toen kon ze fietsen…’, is nét iets makkelijker getypt dan uitgevoerd…

Leg het maar uit…

De hele nacht naar CNN kijken. Verbouwereerd. Verstard. Verbijsterd. En ’s morgens vroeg helemaal emotioneel (en een nacht zonder slaap is niet echt bevorderlijk voor zo’n emotionele toestand) een vrolijk lief en vooral compleet onschuldig en naïef klein meisje uit haar bedje helpen… Alles voelde zo onwezenlijk vandaag. En dan wonen wij zelfs niet eens in Parijs!

De kranten staan er vol van. De beelden zijn alomtegenwoordig. Het gespreksonderwerp is duidelijk. Ik vond het dan ook niet meer of minder dan mijn verantwoordelijkheid om mijn kleine meisje in te lichten. Op haar niveau uiteraard. En met mondjesmaat. En in haar tempo. En in haar bewoordingen. Want laat ons eerlijk zijn: ook al staat de televisie hier hoofdzakelijk op kindertelevisie, de mama kijkt wél naar het nieuws (meestal niet in aanwezigheid van Luna, maar toch…), kleine meid leest dan wel geen kranten, maar de foto’s op de voorpagina’s van de rondslingerende exemplaren laten weinig aan de verbeelding over, de gesprekken over terreur en IS en Parijs, daar wordt ze niet in betrokken, maar die kleine oortjes horen véél meer dan we beseffen,…

Dus vond ik het mijn plicht, mijn verantwoordelijkheid als mama om mijn 5-jarig kindje in te lichten. Een uitleg te geven over wat niet uit te leggen valt. Haar begrip bij te brengen over iets wat ik zelf niet begrijp. En liefst zonder haar angst aan te jagen, laat staan dat ze getraumatiseerd wordt.

Parijs

Prachtige foto: @playmonews

Maar goed. Het was een onderwerp dat ik niet mocht en kon uit de weg gaan. Er was hier één groot voordeel in het ter sprake brengen (op kleuterniveau) van een onmogelijk moeilijk thema: in de week net voor de herfstvakantie was het thema in Luna’s klasje ‘oorlog’. Ze leerden alles over soldaten en de (eerste) WO, over bommen en tanks, ze bezochten een oorlogsmuseum en een oorlogskerkhof,… Uiteraard was alles in haar eigen kleuter-beleving behoorlijk zwart-wit. Er waren ‘goeie’ en er waren ‘slechte’ en de ‘goeie’ wonnen en de ‘slechten’ verloren. En niet onbelangrijk: wij waren de ‘goeie’. Weinig nuance, weing grijs, alles zwart-wit. Uiteraard. Je moet eerst zwart en wit kennen en weten alvorens je een grijze nuance kan aanbrengen. Ik kan trouwens moeilijk van mijn 5-jarig meisje verwachten om nu al genuanceerd te denken als ik dagdagelijks merk dat een overgrote meerderheid van de volwassenen er niet of nauwelijks in slaagt. Of pertinent weigert om in grijze tinten te denken.

Het thema maakte indruk. En bleef hangen. En dat liet zich deze morgen ook merken in ons korte gesprekje:

Grote meid: ‘Lunaatje, weet je nog dat mama vertelde over Parijs?’
Kleine meid: ‘Jaja, jij bent daar naar toe geweest hé!’
Grote meid: ‘Ja schatje. Wel in Parijs is vannacht iets ergs gebeurd.’
Kleine meid: ‘Oei? Wat is er dan gebeurd?’
Grote meid: ‘Het lijkt er nu een beetje oorlog. Er waren stoute mensen met bommen en geweren. En nu zijn er heel wat mensen gestorven.’
Kleine meid: ‘Waren dat dan soldaten?’
Grote meid: ‘Euh… ja… Eigenlijk waren dat inderdaad een soort soldaten.’
Kleine meid: ‘Maar dan wel stoute soldaten hé!’
Grote meid: ‘Ja, dan wel stoute soldaten.’
Kleine meid: ‘Ah ja, dan waren dat de Duitsers.’
Grote meid: ‘Neen, neen, neen, het waren geen Duitsers schatje!’
Kleine meid: ‘Van welk land waren ze dan?’
Grote meid: ‘Goh, ik denk eigenlijk niet dat ze uit één bepaald land kwamen…’
Kleine meid: ‘Maar ze zullen zéker niet uit Nederland komen, want de Nederlanders die hielpen ons in de oorlog.’
Grote meid: ‘Ah ja, neen, het waren waarschijnlijk geen Nederlanders, neen, maar…’

Ik hoefde mijn zin niet af te maken. Lief klein Lunaatje huppelde vrolijk naar haar poppenhuis. Enthousiast zingend over 10.000 luchtballonnen…

Ik heb haar niet teruggeroepen. Ze heeft nu een heel klein stukje basis-info gekregen en dit was blijkbaar momenteel genoeg voor haar. Ik twijfel er niet aan dat ze straks nog wel met vragen op de proppen zal komen. Waarop ik niet altijd een antwoord zal hebben. Maar waar ik naar best vermogen en aangepast aan haar leeftijd op zal antwoorden. Zo genuanceerd mogelijk. Want ik besef maar al te goed dat haar beeld over de waanzinnigheden die nu gebeuren, zal gekleurd worden door de manier waarop ik het haar overbreng. Als ik haar nu vertel dat het moslims of islam-terroristen waren die de ‘slechte’ waren, dan zullen in haar ogen àlle moslims ‘slechte’ zijn. Net zoals in haar ogen àlle Duitsers ‘slechte’ waren. Het feit dat zij nog te weinig in staat is om nuances aan te brengen verhoogt mijn verantwoordelijkheid om meer dan voorzichtig te zijn in wat en hoe ik haar de dingen toelicht.

Luna heeft nog geen notie van religie.
Luna heeft nog geen notie van nationaliteit.
Luna heeft nog geen notie van de diepgewortelde haat die nu voor zoveel verdriet en wanhoop zorgt.

En ook al wil ik nog zo graag dat het nog làng zo blijft, ze wordt groter, ze wordt ouder en binnen afzienbare tijd zal ze wél een eigen mening hebben over zaken als religie en nationaliteit. Het is aan mij om te zorgen dat ze genuanceerd leert kijken naar alles…

Sommige dingen waren toch écht eenvoudiger toen ze nog een klein baby’tje was en mijn grootste bezorgdheid was of ze voldoende flesjes dronk en voldoende sliep…

En het helpt al hélemaal niet als er enkele extremistische idioten de hele wereld naar complete waanzin proberen te brengen…

Dochters opvoeden

Even een waarschuwing vooraf. Dit wordt een goudeerlijk blogje. Zo eentje waarin ik mezelf in vraag stel. Waarin ik me nét iets kwetsbaarder opstel dan u van mij gewoon bent. Ik heb heel erg getwijfeld of ik dit postje nu wel of niet zou publiceren. Maar het moet me even van het hart…

Grote opvoedingswijsheden zal ik hier niet verkondigen. Omdat ik maar al te goed en op dagdagelijkse wijze ondervind hoe dat opvoeden met vallen en opstaan verloopt. Het is gissen en missen. Het is zoeken en soms vinden. Het is aftasten wat werkt en wat niet werkt.Wijsheid uit boeken blijkt slechts zelden overeen te stemmen met de werkelijkheid. En bovenal: rationeel iets weten en/of kennen, dat blijkt een wereld van verschil met de realiteit. Maar het blijft wel altijd boeiend en leuk. Dat wel.

Goed. Even ‘to the point’ komen. Onlangs viel mijn oog op onderstaand tekstje. En het bleef maar in mijn hoofd spoken. Daarom wil ik het graag met jullie delen. Of misschien wil ik het vooral hier even ‘deponeren’ zodat ik weet waar ik het kan terugvinden als ik het ooit eens terug wil lezen…

teaching our daughters

Het is zo waar. En ook confronterend. Want wat klinkt het toch evident! Uiteraard moet iedere jongen/kerel/man die het pad van mijn dochter kruist haar op de juiste manier behandelen. Hij zal iets meemaken als hij het waagt om dat niet te doen!

Het is ook ‘makkelijk’ om dit nu met de nodige overtuiging en heftigheid hier te plaatsen. Want ze is pas drie-en-een-half. We zijn nog niet toe aan de realiteit van jongens en relaties. Hopelijk blijft dat nog een tijdje zo!!

Maar ik vind het bovenstaande tekstje vooral ook confronterend voor mezelf. Als mama. Als vrouw. Als meisje. Want hoe ik het nu draai of keer en of ik het nu wil of niet: ik zal haar voorbeeld worden. Ze zal wellicht véél voorbeelden hebben. Voorbeelden die dicht bij haar staan, voorbeelden die verder van haar af staan. Maar zo door de band genomen, op een doordeweekse dag en zeker als het om doordeweekse dagdagelijkse thema’s gaat, dan zal ik haar voorbeeld moeten zijn. Ook op vlak van relaties. En dat is toch even héél hard slikken… Na meer dan 30 jaar snap ik het ‘relatie-plaatje’ immers nog steeds niet volledig. Durf ik nog steeds in dezelfde fouten trappen. Sta ik zo ontzettend ver van een ‘voorbeeld-functie’ dat het best wel pijnlijk is! Uiteraard ken ik de ‘regeltjes’ uit het tekstje hierboven. Maar ik heb het al vermeld: tussen rationeel weten en de emotionele realiteit, daar ligt een wéreld van verschil…

Ik vind het evident als het om Lunaatje gaat. Misschien moet ik het dan ook maar even evident gaan vinden als het om mij gaat…

Er stond nog een wijsheid bij, bij die ‘richtlijnen’ van hierboven: Imagine who you want your kids to become. Be that.

Ik heb er nog werk aan, denk ik. Aan dat opvoeden. En aan mezelf.